Karel van Wolferen huilt mee…

Ik kreeg van kennissen door dat ik een heel interessant en zelfs belangwekkend filmpje moest bekijken van een voormalig NRC-journalist. Dat handelsblad is in Nederland een gerespecteerde krant en deze man, ik ken zijn naam, is een hele meneer. Hij staat op YouTube met een praatje over de corona-pandemie.

Het is een wat warrig verhaal waarin hij een heleboel overhoop haalt. Zijn dictie doet me denken aan een bekende misdaadverslaggever: Peter R. Pan de Vries. En zoals die niemand bijna vertrouwt, zo heeft deze Karel van Wolferen ook maar bitter weinig vertrouwen in de mensheid. Zoals het bekende gezegde luidt: homo homini lupus. Het WHO is één corrupte bende en Bill Gates is als filantroop alleen maar voor vaccinatie en dat denkelijk om daar alleen maar nog meer aan te verdienen.

Van Wolferen vindt van alles op internet, zoals hij zegt. En inderdaad: op internet kun je werkelijk van alles vinden. Van de meest onbegrijpelijke ranzigheid en de saaiste informatie tot de allerleukste kattenfilmpjes, en van de meest opwindende seks denkbaar tot de grootst mogelijke onzin. (Terzijde: hebben wolven zoals veel honden een hekel aan katten? Moet ik eens gaan opzoeken, op internet.) Hij haalt heel veel bronnen aan en de meeste hebben een zeer goede reputatie. Die vermeldt hij er dan ook steevast bij.

Wat zegt hij dan allemaal? Te veel om alles hier op te noemen. Maar bijvoorbeeld – een willekeurig voorbeeld – dat er sinds het uitbreken van covid-19 meer mensen zijn gestorven  aan wat hij noemt een gewone griep en heel veel meer aan malaria en aids en nog weer heel veel meer aan kanker. En dat de meeste mensen met corona-besmetting komen te overlijden aan àndere ziekten die ze al onder de leden hadden. De vraag of ze ook overleden zouden zijn zònder de corona-besmetting laat hij (en anderen, die hetzelfde ter sprake brengen) onbesproken. Misschien is het wel zo dat zij zonder die andere ziekte helemaal geen corona hadden opgelopen of er in ieder geval minder bevattelijk voor zouden zijn geweest. En dat zou dan de vraag opwerpen wat uiteindelijk de wèrkelijke doodsoorzaak is geweest. En kun je niet bezwijken vanwege meerdere aandoeningen? Niet dat ik de wijsheid in pacht heb, maar alleen al dit soort kwesties zijn, dunkt mij, wèl een overweging waard. Maar nee. Geen woord daarover.

Verder komt van Wolferen er wel herhaaldelijk op terug dat veel kennis gespecialiseerd is en daardoor gefragmenteerd en daarmee vaak onvolledig. En het gevaar bestaat, zegt hij, dat die specialisten dan gaan generaliseren. Zelf heeft hij, naar eigen zeggen, verstand van sociologie, antropologie, van economie, van politieke theorie en van nog meer moois. En zodoende heeft hij, maar dat zègt hij niet, dat mogen wel lekker zelf invullen, wèl het overzicht, deze pan-encyclopemedische godheid. Ja, hij mag dan zijn mond vol hebben van pseudowetenschap, dit lijkt me toch ook een sterk staaltje pseudo-alwetendheid.

Maar hij is dan ook maar liefst tien jaar lang, zegt hij, hoogleraar geweest aan de Universiteit van Amsterdam. Als tellen wetenschappelijk elementair is, wat mij wel zo lijkt, dat is hij daarin niet goed geschoold. Ai. Want op je tellen moet je passen, nietwaar? Daar kun je niet mee sjoemelen. Of althans, daar kun je heel goed mee sjoemelen, maar dan ben je niet zozeer wetenschappelijk bezig als wel leugenachtig. En eventueel zelfs crimineel. Of zakelijk slim, zo kun je het ook zien. Maar hoe dan ook, ik heb het even opgezocht op een website van de UvA en daar staat dat hij hoogleraar is geweest van 1 juni 1997 tot 14 april 2006 en dat is om preciezer dan een pseudowetenschapper te zijn acht jaar en 11,5 maanden, dus nog nèt geen negen jaar. En dat is geen tien jaar. Ik stel vast: Van Wolferen kan nog niet tot tien tellen. Maar hij doet wel alsof.

En waarìn hoogleraarde hij dan? Want je kunt – o, oude eerbiedwaardige tijden! – tegenwoordig in de gekste disciplines professor worden. Welaan, in de Vergelijking van politieke en economische instituties, in het bijzonder in Oost-Azië. En dat klinkt best knap, ik geeft het toe. Hij is dat niet zomaar geworden, hoogleraar in de vergelijking van enzovoort, enzovoort in Oost-Azië. Vanaf  1972  was hij dan ook vele jaren lang NRC-correspondent voor datzelfde Oost-Azië. In deze hoedanigheid schreef van Wolferen over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in – opgelet – Japan, India, Thailand, Vietnam, de Filipijnen èn Zuid-Korea. Dat is natuurlijk helemaal knap. Want in India alleen al wonen meer dan een miljard mensen, Japan is een continent op zich, en die Filipijnen behelzen maar liefst 7641 eilanden. Tellen geblazen! En dan zijn we er qua landen nog niet. Maar Van Wolferen wel. Die was, als razende reporter, overal. Hij kreeg hiervoor, geheel terecht lijkt me, in 1987 de prijs voor de Nederlandse dagbladjournalistiek. Het gouden pennetje. Waar een klein land groot in kan zijn!

Twee jaar later publiceerde Van Wolferen The Enigma of Japanese Power, een veelgeprezen studie over het naoorlogse Japan, die al heel lang op mijn boekenverlanglijstje staat, maar die is nog heel veel langer…

Maar je moet het juist breder zien. Zo geeft Van Wolferen leiding aan het Institute of Comparative Political and Economic Institutions (ICPEI). Ik citeer: ʻDe voornaamste doelstellingen van dit instituut zijn het stimuleren van vergelijkend onderzoek van politieke en economische instituties in Azië, Europa en de VS en het verscherpen of ontwikkelen van concepten waarmee de economische en politieke werkelijkheid beter begrepen kan worden.’

Snapt u wel?  En merk meteen even op dat Van Wolferen zijn werkterrein verbreed heeft met Europa en de Verenigde Staten. Dat u dat weet. Wat u ook moet weten: er is niks te vinden, op dat hele internet niet, over dit instituut, dat luistert naar de naam ICPEI. Behalve op de site acronymsandslang.com. Een acroniem is het niet eens, althans geen goed uitspreekbare – iets slangerigs heeft het wel. Maar ik vermoed dat dat hele instituut niet veel meer dan een naam is. Een naam waarmee deze acrobatische denktank goede sier maakt.

Terug naar corona nu!

Want verder had Van Wolferen het nog over het geheimhouden van kennis door overheden en dan natuurlijk vooral door Amerika, de gebeten hond, met hun classified information. Van Wolferen is zo paranoia, dat als hij een boek schrijft over Een keerpunt in de vaderlandse geschiedenis: een manifest aan het Nederlandse volk (verschenen in 2005), dan gaat dat boek grotendeels over de veranderingen in het buitenlandse beleid van die vermaledijde Verenigde Staten en niet over, ik noem maar wat, Nederland en zijn geschiedenis en/of volk. Geheimzinnig is dat. Klasse ook.

Nee, zeg ik: dan Rusland of China: dat zijn pas open overheden! Die doen pas goed werk en laten ons zonder tijdig waarschuwen meegenieten van een een Tsjernobyl-straaltje hier en een viRusje daar.

Maar daar hoor je Van Wolferen niet over.

Had het dan anders gekund?

Dat vraagt hij zichzelf ook hardop af.

Het blijft speculeren, zegt onze grootspeculant. Wat wèl zeker is, volgens hem dan, is dat minister-president Mark Rutte na afloop van deze crisis geprezen zal worden. Dat zou kunnen. het kan ook niet. We zullen het zien. Maar in het verschaffen van die zekerheid schuilt zijn grootspeculatie niet. Die zit ʼm erin dat hij meer dan twijfelt aan de gebeurtenissen van 9-11 èn aan die rondom MH17, waarover, het moet gezegd, toch het meeste aan het licht is gekomen door ijverige Bellingcat-journalisten op datzelfde internet. Al was dat meer een gevolg van de burgerkat binden op het vetspek van dat internet. Smullen geblazen. Tenminste, als je ervan houdt om de waarheid boven tafel te krijgen, buiten de officiële kanalen om. Dat zou Van Wolferen dus moeten aanspreken. Maar nee, over Bellingcat hoor ik de chique ex-NRC-journalist annex hoogleraar van heel Oost-Indië niet. Misschien is ie doof. Of doof en blind en hoort en ziet hij al die kattenbelletjes niet. Hij is al op leeftijd, deze oud-correspondent.

Maar daar was ook nog die ene arts-specialist in Frankrijk die in zijn eentje een huismiddel had gevonden tegen corona. Dat wou Van Wolferen ons niet onthouden. Wetenschap is al decennia lang samenwerking, teamwork, maar alla. Het ging hierbij om een medicijn op basis van  hydrochloroquine en azitromycine of weet ik veel (Van Wolferen weet, als ik hem alleen al die benamingen hoor uitspreken, vermoedelijk ook de ballen van de biochemie daarvan). In Limburg, las ik vanmorgen in de krant in een column van huisarts Joost Zaat die ik nooit oversla, is er ook zo’n medicijnman aan het dokteren geslagen. Met dezelfde brouwsels. En verdomd, hij had acht patiënten behandeld en die waren allemaal genezen. Huisarts Zaat met zijn gezonde verstand meldt dat driemaal daags een weesgegroetje in een kapelletje aldaar, oud beproefd middel in Limburg, ook vast geholpen had als die patiënten dat hadden geprobeerd. Maar wetenschap werkt anders.

Er zijn trouwens nog een heleboel andere wondermiddeltjes te vinden op internet. Want Willy Wortels zijn er overal. Doe er uw voordeel mee, meneer Wolfraam. Misschien dat het uw Lampje weer doet branden, dat groot licht van u. Of bent u opgebrand? Dan adviseer ik u Fatherʼs little helper, zoals die waarover de Stones zingen in hun heerlijke lied over een huismoeder die veel baat had bij een soortgelijke speciale pil voor moeders.

What a drag is it getting old... opent Mick Jagger die song. En hij kan het weten, want deze dancing queen is ook alweer bijna tachtig jaar oud. Gevaarlijke leeftijd! Zeker nu.

Net als Van Wolferen, geboren in 1941. Hij is zelfs op een jaar na tachtig. En hij kucht tijdens zijn praatje. Struikelt af en toe ook over zijn woorden. Best begrijpelijk, als je al zo oud bent. Als ie nu maar geen corona heeft. Dat zou wat zijn! Want wie of wat zal daar dan weer achter zitten? De WHO? Of heeft Bill een gaatje gevonden in zijn geheime agenda?