De Joy Division Fanclub

De Nederlandse Joy Division Fan Club op Facebook
Wees ook gewaarschuwd en lach gerust mee!

Het is waar: ik was gewaarschuwd. Mijn kinderen hadden het vaak genoeg gezegd en zelf wist ik het ook wel: de sociale media zit vol met doldwaze gekken. Zoals boze witte mannen. Oud en helaas der dagen niet goed wijs.

Dat zeiden ze, mijn kinderen. Zelf zou ik dat niet durven zeggen. Want ik ben ook al op leeftijd. Nog net niet grijs zeg maar. En lang niet altijd boos. En al helemaal geen zure oude man. Neuh. Want zukke mannetjes zijn improductief en kunnen nergens enthousiast over zijn of het moest uit de eigen koker komen. Maar daar komt niet zo veel meer uit, bij dergelijke impotente leeuwen in hun meurende ouwe hempie.    

En het mooie boekje Ode aan Joy Division is het bewijs van mijn eigen enthousiaste productiviteit. Zo zie ik dat. Hoe anders? Ik pis geen azijn. Ik trakteer zulke mennekes liever op een golden shower. Met stijl en gratie, een vleugje humor ook in plaats van stank voor dank.

Maar ja, toegegeven: gewaarschuwd was ik. Door die kinderen van me, jong en doorgaans vrolijk als ze zijn, en zij hebben er echt meer verstand van en kijk op. Want zij zitten meer op die media dan ik, die niet aan het Trump-kanaal Twitter doe of zoiets als ‘Insta’. Maar ja. Ik wou ook wel eens opkijken en dus kon ik toch de verleiding niet weerstaan eens te bezien wat de uitgave van mijn prachtboekje over Joy Division teweeg had gebracht bij de Echte Kenners, àls het al was opgemerkt.

Maar natuurlijk was dat zo.

En ja hoor: de zelfbenoemde, gepassioneerde kenners hebben er van alles op en aan te merken. Maar dan ook werkelijk van alles. Er is niks goeds aan. Er kan geen complimentje van af. Nou ja, één iemand (Erik Verzijl) vindt het wel van guts getuigen. Dat ik het aangedurfd heb dat boekje te maken. Waarvan akte. Maar dat is dan ook het enige. En over guts moet je wel een beetje beschikken ja. Want de rest  heeft allemaal zoiets van: hoe dùrft ie, die Schoorlmans! Ja, dat zijn  me toch een stelletje tandeloze bejaarde tijgers bij mekaar. Ongelooflijk.

En waarom dat nou? Omdat, zeggen ze elkaar in koor na, hier iemand is die op een goedkope manier aan zelfverrijking doet door een boekje te publiceren over wat zij toch echt wel beschouwen als hun bandje. Met als stralend middelpunt hun hoogsteigen Saint Curtis.

En dat kan natuurlijk niet. Dat pikken zij niet. Kraken dat boekie. Verscheuren die handel!

 

Fouten in de krant

O, dat  interview in Het Parool: dat staat zó vol fouten! Daar begon het al mee. Want er staat niet bij dat ze wel in de Vera Rotterdam hadden opgetreden, maar wel in Eindhoven en Knollendam – of weet ik veel. En het ging niet om zeven optredens, maar om acht. Of om zes. Daar wil ik ook vanaf zijn. Want dat is ook niet mijn tekst. Niet mijn geschreven tekst, wel de door mij gebezigde woorden. En ik vond dat de interviewer het prima genoteerd had, knap zelfs – inclusief misschien een paar details die niet helemaal kloppen. Ach joh. Om mij heen vallen oude mensen dood door een virus. Die krant gaat in de kattenbak. En als het in het boekje dan maar goed staat. Toch?

Maar dat is weer iemand anders niet met me eens. Zo’n boze ouwe man. Grijs ook. Ik moest die krant verbeteren. Ook al heb ik de tekst van dat boekje geschreven, de omslagfoto gemaakt, alles geredigeerd, gecorrigeerd, het drukproces begeleid, de promotie gedaan, de boekjes verspreid, en nog zo wat. Maar meneer vindt dat ik ook best de krant kan corrigeren.

Nou, dan corrigeer ik meneer liever zelf. Want verder schrijft hij: ‘Persoonlijk hou ik niet zo van dat gratuit meeliften en ogenschijnlijk even snel cashen omdat toevallig de focus nu op de 40 jaar ligt.’ Persoonlijk hè? Want deze meneer is een persoonlijkheid. Nou, meneer Persoonlijk, ik deel u persoonlijk mee dat ik nog steeds op een verlies van meer dan 4.000 euro sta en dat er in de gang van mijn gezinswoning nog zo’n 800 mooi gebonden boekjes staan. En niet gratuit. Snel cashen? Dat wordt ’m niet. En een lift in huis heb ik ook al niet.

Maar zo werkt dat dus, op social media.

Ouwe rukkers onder mekaar. Willen overal hun plasje over doen. Piemeltje-piemeltje aan de wand… Wie is de grootste lul van het land?

Big Brodda ’s watching you. Deze joy-sticks houden het scherp in de gaten. En onder mekaar.

Kijk maar, hier heb je weer zo’n zelfverrijker. Iemand die het allemaal denkt te weten. Over onze band. Hup, ertegenin! Want waar bemoeit die Marc Schoorl zich eigenlijk mee? Hij heeft het hartstikke fout! Hij ìs fout. Zijn intenties zijn in ieder geval twijfelachtig. Dat vindt vooral iemand die zelf overweegt zijn Joy Division-verzameling (‘alles’) in een afvalbak te kieperen. Deze man, ene Sillyputti of zoiets,  schrijft: ‘Als ik het zo lees heeft iemand geld en/of status willen verdienen met een snel in elkaar geflanste samenvatting van wat al bekend was. Op zich weinig mis mee, alleen lees ik liever over nieuwe feiten en invalshoeken.’ (Mijn cursivering.) En wat heeft deze man dan gelezen? De flaptekst. Niet het boekje.

 

Feiten en invalshoeken

Over dat boekje gesproken: staan daar nieuwe feiten in? Neuh. Da’s ook lastig als het over een band gaat die al 40 jaar geleden is opgeheven en waarover in het Engels al een boek of weet ik veel, twintig, verschenen is. Dat kun je zien aan het filmpje dat een van hen maakt van zijn Joy Division-boekenkast. (Wat rijmt op ijdele kwast: daar kan ik ook niks aan doen, dat ìs zo.) En precies deze filmman komt wel met een nieuw feit. Nou ja: een foto. Zie verderop.

Een boekje dus zoals er ook in heel veel andere landen boeken verschenen zijn over Joy Division. Maar niet in Nederland. En dat miste ik. Betreurde ik. En dat maakte ik dus.

Goed, nu bestaat er dus wel zo’n boekje. Een samenvatting. Alles op een rijtje. Best prettig. Hoef je al die andere boeken met versnipperde informatie niet te lezen: dat heb ik al gedaan. En dan niet alleen de flapteksten, maar helemaal. Tot wel twee keer toe. Daarom staat er ook op de sticker: ‘Alles wat je wil (en moet) weten over Joy Division.’

Dat vindt een ander nou weer wat: die sticker! Was dat ‘ten behoeve van een spreekbeurt op school?’ Uh… Hoe bedoel u? Is dit een grap of meent deze meneer dat serieus? Geen idee. In grappen zijn ze niet zo goed, deze bromberen. Waar wel in weet ik eigenlijk niet zo goed.

Maar afijn, die sticker had van deze liefhebber ‘niet gehoeven’. Sorry, beste man! Ik zal het de volgende keer aan u vragen! En loop vooral ook geen boekhandel in, want tegenwoordig zit op bijna elk boek een sticker. En die van mij is, speciaal (speciaal voor u!), makkelijk verwijderbaar. Daar heb ik als schrijver-zelfpublicist namelijk extra centjes voor neergelegd. Want het omslag is zo mooi – niet dat de Joy Division afdeling Nederland daar iets over zegt. Stel je voor zeg! Gaan we daar iemand een compliment maken!

Overigens gaat het in dit eerste Nederlandse boekje dus niet alleen over die heilig verklaarde Ian Curtis, maar vooral ook om de hele entourage.

En nieuwe invalshoeken? Misschien wel.

Wat? Zeker wel! Want het is toch echt meer dan een samenvatting, getuige bijvoorbeeld het volgende.

Dat het vroege Warsaw-nummer As You Said gek en opvallend genoeg aan Pink Floyd doet denken: dat heeft bij mijn weten nooit eerder iemand opgemerkt. 

En, ander voorbeeld, dat Ian Curtis veel weg heeft van Oskarchen uit Die Blechtrommel: ‘De gelijkenis is treffend en zelfs thematisch (met het) protest tegen de grote mensenwereld met hun oorlog en hypocriete waanzin.’ Beide gillen het uit, deze ‘young men, the weight on their shouders.’ Niks heel speciaals, maar wel opvallend en gewoon leuk.

En, minder leuk, dat de punk en de postpunk mede een reactie was op de naoorlogse zwijgcultuur omdat we verder moesten in Europa. Staat in geen van de andere boeken. Plus uitleg.

En dat Manchester een belangrijke rol speelt en meer dan als decor alleen. Zo komt de schrijver De Quincey, die schreef over moord als verfijnde kunst, uit die stad en Ian zingt over dat hij ‘spent all my time, learnt a killer’s art’. Ben ik, die zelfverrijkende schrijver, nog nergens tegengekomen.

Dat The Beatles uit het naburige Liverpool al net wat eerder een soortgelijke explosieve ontwikkeling doormaakten. Dat er wel meer overeenkomsten zijn. Daarom noem ik Joy Division bij gelegenheid wel The Black Beatles. Primeur: heb ik niet vermeld in het boekje. Maar bij deze: copyright graag op deze invalshoek.

Ook nog niet eerder opgemerkt in al die publicaties: dat de auto in het straatbeeld verschijnt en via schrijver J.G. (‘Crash’) Ballard geregeld terugkeert in de teksten van Curtis.

Dat Margaret Drabble’s boek The Ice Age hem wellicht hem mogelijk geïnspireerd heeft.

Dat de voor een belangrijk deel in Manchester ontwikkelde computertechnologie (hé) van invloed is geweest op hun geluid. 

En dat New Order het enige requiem gemaakt heeft binnen de hele popmuziek!

Dat een in 1994 opgericht Duits bedrijf voor glijmiddelen en seksspeeltjes zich Joy Division noemt. Fun!

Dat Ian Curtis geestelijk gestoord was. Bipolair zelfs, wat in een heleboel gradaties en vormen voorkomt. Psychotisch ook nog. (Hear! Hear! Dat beweert die Schoorl terwijl hij niet eens een psychiater is!)

Dat hij geen poëzie schreef. Waar ik over sprak met de veel geprezen dichter Menno Wigman met wie ik toen een tijdje omging (niet zozeer bevriend was, want ik heb maar één vriend;) en dat ik met tekst en uitleg toelicht en uitleg. En dat Curtis’ teksten zonder de muziek van de anderen geen, nou ja, goddelijk bestaansrecht hebben.

Dat iedereen een eigen kijk heeft op de doodsoorzaak, maar dat er niet één oorzaak is aan te wijzen.

En verder nog een iets bredere uiteenzetting over de troost die van treurige muziek uitgaat èn, belangrijker, dat Curtis bezeten was van het verlangen niet te zijn – waarin misschien wel het onderliggende waarom van zijn zelfmoord schuilt. Zoiets kom je al helemaal nergens tegen in al die eerdere publicaties.

Toch best interessant, dit alles bij mekaar. Leek mij.

Van die dingen, meneer Van der Laak. Dat zijn nieuwe invalshoeken. Begrijpt u wel?

 

Onvergeeflijke fouten in tijden van…

De aloude muziekkrant Oor kwam uit met een speciaal nummer met maar liefst vijf artikelen. Allemaal ouwe koek en eerder gepubliceerd. Veel eerder. Niet foutloos, vrees ik, en toch best leuk. Maar nieuwe feiten en invalshoeken? Nee, dat leverde dat natuurlijk al helemaal niet op. Desalniettemin: geen onvertogen woord van de ouwe mannen over hun rimpelige lijfblad. Ze noemen het niet eens.

Zij hadden iets anders in het vizier. Want wacht eens even! Wie is hij nou helemaal, die Schoorl? Op Facebook is niks over hem te vinden dan één chagrijnige rotkop op z’n eigen pagina die verder leeg is. Op Facebook! Dat is toch ook geen gezicht! En kijk es aan: FB-vrienden op één na heeft hij ook al niet.

Een ander, Erik Verzijl, op wiens FB-pagina dit allemaal plaatsvond en terechtkwam, arme man, een gastvrije heer van zekere stand, was het eens met de waarschuwing  tegen Schoorl, want die mislukkeling van een schrijver had zelf al vastgesteld dat hij in zijn in eigen beheer uitgegeven werkje een domme fout had begaan door de film van Corbijn consequent foutief Closer te noemen in plaats van Control. Dus nou… Zie je wel: een prutser.

En dat is niet alles. Want, merkt Verzijl (‘Went to RK Mavo,’ vermeldt zijn page) scherpzinnig op, die Schoorl noemt in een zijdelingse opsomming van meer bands Certain Ratio waar het, jawel, opgelet, toch echt A Certain Ratio moet zijn. (Dat dat wèl juist vermeld staat op pagina 76, dat verzwijgt hij dan maar weer.) De A vergeten. Ja, hij moet toch inderdaad beter opletten, die Schoorl. De Stones? Bestaan niet. Maar de Rolling Stones: die kent natuurlijk iedereen. Net als de Beatles. O nee: fout! Hartstikke fout! Die heten The Rolling Stones en The Beatles. Precies zoals The Golden Earrings zo mooi heten, snapt u wel? On nee, die heten sinds 1969 nu juist weer Golden Earring, zonder The en zonder s(taartje). Héél belangrijk allemaal. Essentieel. In tijden van…

Maar het is erger. Veel erger.  Want Schoorl schrijft in die in mekaar geknutselde samenvatting van hem dat Tuxedomoon tot de Manchester scene behoorde, maar dat is helemaal niet zo! Ze traden er wel op, verbleven er een tijdje, maar ze komen uit Amerika. Nou, dus dat zet mavo-klantje Verzijl toch wel effe mooi recht. Ik dank hem vriendelijk. En bied mijn nederige excuses aan. Het zal toch wat.

Saint Curtis is verschenen en staat op de foto!

Overigens komt deze Verzijl wel om de hoek zeilen met iets verrassends. Jazeker! Hij wel. En dat op precies 18 mei. De dag dat… Op die Heilige Dag. Dan plaatst hij, Verzijl, op zijn pagina een kiekje van Ian Curtis en zet daarbij: ‘Prachtfoto, nieuw!’ Ja, kijk, als je het nou over nieuwe feiten en invalshoeken hebt, daar kan ik als schrijvertje natuurlijk niet tegenop. Want een nieuwe foto van iemand die al 40 jaar dood is en genomen vanuit een verrassende invalshoek, want ik denk dat hij dat ermee bedoelt: tsja. Mij heb je ermee. Ik buig voor zoveel passie, creativiteit en inzet. Zelf genomen ook, vraag ik me af, die foto van deze geestverschijning van de heilige Ian? Weet u wat? Het mag in de krant! Het is een regelrecht wonder. Ian is verschenen! Holy piss! Daar ga ik met mijn golden shower…

Verder vroeg deze zelfde meneer waar toch mijn passie voor Joy Division uit bestaat. Tsja. Waar bestaat passie uit? Moeilijke vraag. Het financieren en maken van het boekje misschien? Dus ik vroeg het maar aan hem, de Echte Liefhebber. Kon ik me daar misschien aan spiegelen. Maar ik kreeg geen antwoord. Dat komt natuurlijk omdat ik een meneer Vandaal ben. Die moet wachten op z’n antwoord. Omdat ik de barbaar ben die hun onderwerp plundert en ermee vandoor gaat.

Weer iemand anders wijst deze schurk van een Schoorl terecht dat hij het belang van producer Martin Hannett niet aanstipt. In het interview dan. Want in het boekje staat het wel degelijk. En met nadruk. Maar dat heeft dat kritisch Avro-lid niet gelezen. Dat moet ie nog doen. Zegt ie erbij. De sufkont.

 

Juridisch wijnadviseur haalt dingen door elkaar

Eén man maakte het wel erg bont. Die heb ik toen maar even het vel over de oren getrokken. Ik zal geen naam noemen, ook al maakte hij mij uit voor ‘asshole’ en ‘klootzak’. Weinig dichterlijke woorden voor iemand die zichzelf voor dichter uitgeeft. Want dat doet hij, als zelfpublicist. Al zijn die bundeltjes nergens te vinden. Ik kon op dat hele internet inclusief Facebook alleen achterhalen dat z’n tweede bundel Zonder betekenis heet. Goeie titel! Want het mag kennelijk geen enkele betekenis hebben binnen de poëzie. Wel prijkt op zowel de voor- als achterkant een trotse foto van meneer, achterop met de armen over elkaar, want je bent ijdel en zelfingenomen of niet. En het zijn de eerste foto’s van hem die ik zie waarop nu eens geen wijnglas zichtbaar is. Al, dat moet gezegd, zie ik liever een wijnglas dan de tronie van deze dichter zonder welke betekenis dan ook.

Maar ja ik ben dan ook een ‘asshole’ alsmede een ‘klootzak’. Want zo noemt hij me, met nadruk. Terwijl hij, nu ik erover nadenk, daar zelf toch wel wat meer op lijkt, met die onderuitgezakte kop van hem. Een beetje he? Want hij is al zo oud dat hij nòg meer op een lijk lijkt. Overigens had hij zijn eigen FB-pagina op 9-8-2017 voorzien van een nieuwe ‘coverphoto’. Het gaat niet om een mooi plaatje van hem zelf, maar om een, eerlijk is eerlijk,  prachtillustratie van Odilon Redon. Alleen noemt hij, dom lulletje dat hij zichzelf daarmee maakt, deze kunstenaar Odolin Redon. Tsja. Odil is een naam. Odilon is daar een chique vorm van. Maar een Odol is bij mijn weten een afkorting voor een Ontzettend Domme Ouwe Lobbes of zoiets, en voor nog iets anders. Hoe dan ook: dik lullig is het natuurlijk wel.

Het gaat om een meneer met een dikke baan in een grote stad die als je op zijn FB-pagina, die ik meteen gelijkt heb, mag afgaan vooral plezier heeft in gesponsorde buitenlandse tripjes en heel veel wijntjes. Een oude meneer. Grijs. Dat spreekt. Verder dan al die foto’s waarop hij een wijnglas heft, gaat het niet. Meneer is ook nog vinoloog. En hij heeft, vind ik dan, ook veel weg van een oen. Maar dat ìs hij niet. Wellicht wel een oenoloog. Hou me ten goede. Oud en grijs is hij zeker. Maar daar heb ik alleen maar eerbied voor. Hij stelt ook dat hij al fan was van Joy Division toen ik nog geboren moest worden. Zo oud is ie dus. Want ik verder trouwens heel knap vind, want ik ben van 1962. En niet van gisteren.

Maar daar is hij achter gekomen. Want hij vergeleek de uitgave van mijn boekwerkje met de profiteurs die indertijd bootlegs maakten. En dat nu vind ik niet terecht. Sterker nog, ik vind het zoiets als smaad. En dat heb ik dus tegen hem gezegd. Want mijn werkwijze is geheel legaal en ik ga er ook niet echt op verdienen als ik ook al de uren in rekening moet brengen die ik eraan besteed heb. Als ik dat wel zou doen en ik verkoop alles, dan verdien ik er nog geen tientje per uur aan. Bruto. Deze meneer is juridisch adviseur van een grote stad en ik vermoed zomaar dat zijn uurtarief wat hoger ligt. Niet dat hij goed werk verricht, maar dat is weer een ander verhaal.

Maar dat ik als niet-jurist het woord smaad bezig, gaat hem te ver. Veel te ver. Laat maar voorkomen dan, brult hij. ‘See you in court!’ schreeuwt hij. Het is echt waar. Ik wist niet wat ik zag en las. Ik denk dat hij te veel van die goedkope Amerikaanse series kijkt en teveel lectuur in de vorm van legal thrillers leest. En ik vermoed dat hij van precies dezelfde generatie als Trump is. Ach toch.

Hoe kom ik erbij, roept hij, om Ian Curtis voor bipolair uit te maken? Ben ik soms psychiater? Hij ook niet, daar niet van, maar hij heeft er wel ‘literatuur en lectuur’ over gelezen. Nou, ik ook. Best veel trouwens. Ook al omdat die stoornis mij soms ook parten speelt – en nog somser plezier schenkt. Zoals wanneer ik een querulant als hem op zijn wenken mag bedienen. Want hij vergelijkt mij met bootleg-verspreiders en dat vind ik infaam. Maar ja, hij is een jurist, best een hoge zelfs, en dus moet ik maar mijn mond houden, want anders zie ik hem in ‘court en dan gaan we lachen. Met zijn allen.’ Die allen zijn waarschijnlijk deze verzamelde Joy Division-fans. (Dat wordt vast een Atrocity Exhibition!)

Nou ja, dan moet ik aangifte gaan doen en zo. Daar heb ik geen zin an. Trouwens, waar gáát het nou helemaal over? Moet ik me daar nou echt mee bezig houden? Het is dat ik er wel de lol van in zie om zo’n figuur voor schut te zetten, maar verders… Ik heb wel wat beters te doen. Zulke figuren eens en voor altijd van me afschudden bijvoorbeeld. Want dat doe ik nog veel liever.

Dus ik blijf vriendelijk, ook al heeft hij me intussen uitgemaakt voor alles wat mooi en vooral, of eigenlijk alleen, lelijk is. Ik schrijf: ‘U vergelijkt mij met mensen die illegale opnamen maken bij optredens. Ik heb een boekje geschreven naar eer en geweten en geheel legaal. Als ik iets citeer, staat dat tussen haakjes. U bent jurist, dat is waar. Maar het Wetboek van Strafrecht is openbaar. ’ En ik ben zo vriendelijk even dat wetboek-artikel over smaad te citeren. Tussen aanhalingstekens, want anders denkt deze meneer dadelijk nog dat ik een bootleg heb gemaakt van dat fraaie proza. En ik sluit af met: ‘En ik kan lezen. U niet. Zullen we het hierbij dan maar laten? Ik blijf u vriendelijk groeten! Want zo ben ik.’

En verder vraag ik hem als wijnkenner, als vinoloog, naar iets met een fijn zuurtje, dan kan ik lekker mee gaan doen met azijnpissen. Is dat trouwens een oudemannenkwaal? Daar lijkt het anders wel op. Of vergis ik me alweer?

En toen hoorde ik iets van een knal. Wat dat een champagnekurk? Nee, zoiets klinkt vrolijker. Een verzuurde fles wijn die van ellende opensprong dan? Of bonkte daar iemand met zijn hoofd tegen Hell’s darker chamber, om Curtis eens te citeren.

Enniewee. Iemand anders heeft toen melding gemaakt van lelijke scheldpartijen en toen is alle tekst van  deze jurist van Facebook gehaald, alsmede zijn complete eigen Facebook-pagina met al die leuke foto’s van de man met een glas wijn. Van mijzelve is niks verwijderd anders dan wat rechtstreeks te maken heeft met zijn kwalijke uitingen. Best jammer. Maar misschien gebeurt dat alsnog. Ik heb, ik zweer het op het Wetboek, die melding niet gedaan. Maar ik snap het wel. Overigens vind ik vrijheid van meningsuiting een groot goed, dus van mij had het verwijderen van al zijn FB-pagina’s niet gehoeven.

Ach, die arme man. Jurist nota bene. Op zijn eigen vakgebied verslagen. Door iemand die daar niet eens ‘literatuur en lectuur’ over gelezen heeft, want dat is zo. Ik hou niet van zulke boekjes. Het is anders wel zuur voor hem. Dat is waar. Ik raad hem daarom een zoet wijntje aan dit keer. Niet mijn voorkeur, maar hij heeft het nodig, vermoed ik.

 

Vergissen is menselijke ijdelheid

Ach ja, al die ouwe mannen. Wat een voorland is dat! Ik zou er bijna zin an krijgen om mezelf van kant te maken. Want zo wil ik niet worden. Iemand het leven zo zuur maken omdat hij zijn kop boven dat maaiveld van hen uit steekt. Ze willen met hun eigen kop in de krant, dat is het.

Want zie, zij maken zich vooral druk om de flaptekst en het kranteninterview, om zogezegd de uiterlijke verschijnselen van een boek. Ik hou het erop dat hun eigen ijdelheid daarin niet weerspiegeld wordt. Maar ik kan me vergissen. Ik vergis me wel eens. Vergissen is menselijk. En het moet gezegd: deze heren hebben iets onmenselijks. Niet dat ik ze goddelijk vind, maar er is iets…

Witte wieven bennen erg, maar ouwe witte mannen… Ik heb mijn wagen er mijns ondanks mee volgeladen, terwijl ik gewaarschuwd was! Maar deze mannen kunnen me toch kijven, die kùnnen een end weg ouwehoeren, niet normaal meer. Die zijn veel erger dan die eigenlijk lieve witte wieven. En zúúr dat ze ruiken!
Ik ga me er toch echt verre van houden. Ja, ik luister voortaan beter naar mijn kinderen. Ik mijd sociale media als is het een voor oudere mensen erg gevaarlijk virus. Want daar lijkt het nog het meest op.

Het allerergste is, dit boekje is toch echt bedoeld als een ode aan een heel belangrijke band uit de vroege jaren tachtig. Een lofzang op die treurmuziek. Daarom heet het ook Ode aan Joy Division. Ik kan het u met hart en ziel aanraden. Het is alleen niet geschikt voor oude mannen. For the times, they are a-changin’… Jullie hebben helemaal gelijk, kinderen! Zo is het.