Wat gehakt van mijn gedachten

 

And gathering swallows twitter in the skies.’  (John Keats, To Autumn)

 

Which crisis? En toen brak de pleuris uit. Of, nou ja, corona.

Cogito… da’s erg dom.

Ken uzelve. Dan weet u genoeg…

Filosofie is vaak theologie zonder God, poëzie zonder ziel en meestal gelul in de ruimte.

Vrede op aard. Het is voorjaar en de duiven vechten elkaar m’n stadstuin uit, het kleinste paradijs ooit en mijn welbehagen.

Joy Division of Bach. En eigenlijk kunst in het algemeen. Troost? Of herkenning? Misschien zelfs minder dan dat (in ieder geval één letter minder:) erkenning? Dan ben ik de kunst daar zeer erkentelijk voor!

Hartritmestoornissen: klopgeest in paniek.

De dromen van de geest zijn de kwellingen van het vlees.

Maarten Asscher in zijn roman Huis in Engeland, een boek vol tedere herinneringen aan zijn jongensjaren: ‘In plaats van mij de werkelijkheid te herinneren, herinner ik mij mijn eerdere herinneringen.’ Goed gezien! Zo gaat dat!

Recensie voor dikke, saaie roman: ‘Kort verhaal lang.’

Wij en de wereld. Schrijver Maarten ’t Hart, bioloog van beroep, schreef Het woeden der gehele wereld. Prachttitel. Maar ik, amateur-natuurgenieter, ben woedend òp de hele wereld.

Corona-clichés. Mooi hoor, die lange lijst van coronaclichés van De Betrouwbare Mannetjes, zoals gepubliceerd in de Volkskrant (28-03-2020). De lijst wordt aangevoerd door: ‘Houden jullie het nog een beetje uit?’ Direct gevolgd door: ‘Rare tijden.’ En ‘Handen wassen en binnen blijven.’ Een hier en daar zeer herkenbare lijst. Hoe vol je zit met clichés, in tijden van Corona of niet! Er valt een heel verhaal van te maken. Lang verhaal kort dan. Want jaha, in België schijnen ze het heel goed te doen en in China zijn ze alweer aan het werk. Het is een soort droom. Wist je trouwens dat Shakespeare King Lear heeft geschreven toen hij in quarantaine zat vanwege de pest? Gelukkig is het lekker weer. Zorg goed voor elkaar!

Ik beken ik heb geleefd van de schrijver Pablo Neruda: nooit gelezen, maar die titel fascineert mij al vele jaren.

Veelzeggend, de talkshow! Om in een talkshow op tv aan te mogen schuiven moet je eerst gepoederd en geschminkt worden.

Zelfberging. Schrijver, berg je maar! Wat een idee! Werken in een berging. In zo’n box aan de rand van de stad. Rust en ruimte. Je eigen refugio! Een heel klooster voor je zelf. Goed voor de hersengymnastiek ook. Een kluis voor je gedachten. Daar kun je pas out of the box denken!

Op de plaats rust. Aandacht is de schemerlamp van de ziel.

Een cruijffiaans dilemma. Ben ik voor zelfmoord? Nee, ik ben tegen het leven. En dat voelt machteloos en raar. Heel raar.

De riedel van de dag. Als íémand ‘zijn verantwoordelijkheid neemt’, dan is het de zelfmoordenaar wel.

Altijd maar die dood: zo doods… Het mag wel over de dood gaan, maar er moet wel leven in zitten.

Uit zijn tijd gevallen. Schrijver en fenomeen Limonov dood. Na vele omzwervingen in tal van (westerse) landen keerde hij terug naar de moederschoot van Rusland. Al wilde hij eigenlijk terug naar vroeger in de tijd. Niet dat toen alles goed was, zeker niet, maar het was wel zo vertrouwd, met al die gestaalde kaders en zo. Tragisch. Jammerlijk. Menselijk.

Wie geen humor heeft, heeft het niet begrepen. Wat niet? De grap van het leven. De grap die er met je wordt uitgehaald.

Frustratie. Woede die je tegen niemand in kan brengen, die je niet goed kan uiten of verwoorden. Boosheid die je het liefst laat ontploffen om er van af te zijn. Het vreet je op. Van binnen.

Waardeloze woorden, woorden zonder inhoud, woorden zonder betekenis. Dan heb ik het over ‘transitie’, ‘transparantie’, ‘innovatie’ en hoe het verder allemaal mag heten wat ze elkaar complimenteus toe roeptoeteren. Geef mij maar bouwvakkers die – veel gezonder en veel eerlijker – mooie meiden nafluiten en het daar netjes bij laten. Weinig mis mee. Maar al die grootse woorden die nergens voor staan en waar verder niets mee gedaan wordt. Dat zijn woorden. Leeg en hol. Het gaat natuurlijk om daden die daadwerkelijk uit die woorden geboren worden. De rest is uiterlijk, ijdelheid, hoererij. Zwijg en doe.

O, Ella Fitzgerald en Louis Armstrong: heerlijke feelgood blues.

La vie. Hilarische narigheid.

Vrijplaats? Je hoofd is misschien wel de enige echte vrijplaats ter wereld. Al voelt het vaak als een dwangbuis.

De meeste mensen houden meer van dieren dan van mensen. Best begrijpelijk. En omgedraaid houden huisdieren soms wel van hun baasje. Wilde dieren daarentegen zijn vaak bang voor mensen – en dat is zéér begrijpelijk. De dieren die geen mensen kenden en ze niet ontliepen, zijn uitgestorven. Denk: dodo. De meeste beesten laten de mensen volkomen onverschillig. Wat gevaarlijk is voor ze – voor die dieren, wel te verstaan. Want de mensheid vereert haar heilige huisdieren, maar exploiteert de rest van de dierenwereld.

Van een schrijver zonder ijver worden we niet veel wijzer.

‘Niemand wordt zichzelf alleen.’ Intrigerend zinnetje van Simone de Beauvoir. Prachtige naam trouwens.

Ik draai het ietwat melancholiek stemmende ‘The Passenger’ van Iggy Pop en herinner me opeens dat vader, zwaarmoedig als hij kon zijn, een keertje somberde: ‘We zijn voorbijgangers, allemaal! Passanten zijn we, op weg naar het grote Niets.’ En tja, daar nergens moet hij nu zijn.

Wind & regen. Voorjaar! De magnolia in de tuin bloeit. Maar het waait, een koude wind, en het regent bloesem.

De nieuwe doemgeneratie. We hadden Byron en zijn geestverwanten, de Franse poètes maudits, de gedoemde rockartiesten als Jim Morrison, Ian Curtis en Kurt Cobain, en nu hebben we drie beroemde emo-rappers die met al hun roem ten onder zijn gegaan. Net als hun voorgangers vertelden ze zangerig hun persoonlijke verhalen over depressie en slaapgebrek, over wanhoop en pijn, en over hun fatale bestrijding daarvan. Mac Miller stierf aan een overdosis cocaïne en alcohol, XXXTentacion werd doodgeschoten, Lil Peep nam waarschijnlijk te veel fentanyl tot zich. En ook hier zijn er verhalen van omstanders en managers, ook hier weer berichten over veel te volle agenda’s en voortdurende deadlines. Wie trekt er een streep? Of lieten ze het er op aan komen?

Hoe vaak heb ik dit niet gedacht na het lezen van een biografie: wat een rijk leven en wat een armoedig einde!

Uccelli classici Het liedje van de geelgors natuurlijk al helemaal, maar ook de krachtige vinkenslag is Beethoven, de fitis daarentegen zingt fijnzinnig en droefgeestig en klinkt als Chopin.

Hoe is het? ‘Saai goed, dank je.’

Thijs Brink, televisiedominee met een kop als een pispot. Schoongemaakt, dat wel, want ik wil natuurlijk niet beledigend zijn. En zo kom ik in één moeite door, gek is dat toch, op een nieuwe uitdrukking voor toiletbezoek: effe de wc-eendjes voeren!

Zeker waar. Mijn voorspelling is dat het in de toekomst onmogelijk is de toekomst te voorspellen.

Verstekeling van de ziel. Alles en iedereen laat je in de steek, dat geldt voor elk van ons, maar je gevoel, dat laat je nooit in de steek.

Het leven stinkt. God niet, maar deo doet wonderen.

Uit Pretty Vacant van The Sex Pistols: ‘I don’t believe illusions ’cos too much is real.’ Fraaie zin.

Was Bach tut, das ist wohlgetan. Naar een avond van de Bach-vereniging geweest in de Waalse kerk die ik, ook al heb ik ruim dertig jaar in het centrum van Amsterdam gewoond, niet kende en niettemin verkondig dat ik de stad ‘nu wel gezien’ heb, kerk met een geweldige akoestiek trouwens, wat bijdroeg aan het prachtige concert van mij verder onbekende stukken van Bach, die wiskundige van de ziel.

In 2020 is er de tentoonstelling Bernini-Caravaggio in het Rijksmuseum en ga ik waarschijnlijk eindelijk Bernini’s meesterbeeldhouwwerk De extase van St.-Theresia van Ávila in Rome zelf aanschouwen – als de paniek rondom het coronavirus het toelaat. Over dat laatste werk wordt vaak olijk vermeld dat hier waarschijnlijk een orgasme in steen werd uitgebeeld (noem dat maar waarschijnlijk trouwens!). Uit de Volkskrant van 23 februari: ‘De heilige Theresia is in extase, haar mond iets open, haar ogen dicht en weggedraaid. Liet Bernini zich inspireren door dat ándere grote genot?’ Tezelfdertijd wordt volop geadverteerd voor de aanstaande Paas-opvoeringen van Bach’s Matthäus Passion. En in een zo’n advertentie is een zangeres afgebeeld die ehh… heel erg met haar kunst bezig is. Maar als je zou zeggen dat het een foto is van een vrouw die van achteren genomen wordt, zou ik het ook geloven. Maar wat zou die devote Bach daarvan gevonden hebben? Hij zal zich wel omdraaien in zijn graf. Ja, zoals hij zich ook heel vaak omdraaide in zijn bed om een van zijn twintig kinderen te maken.

 

Trouwens, op die advertentie kijkt Bach best geamuseerd toe, een tikkeltje ondeugend zelfs. Een beetje met het gezicht van Job Cohen, de brave oud-burgemeester van Amsterdam, die graag kopjes thee dronk met zijn stadgenoten. Terwijl zijn stad toch vooral beroemd is vanwege heel andere drankjes en bezigheden.

 

Bij wijze van nawoord

Laat ik er niet te hoogdravend over doen: dit is wat gehakt van mijn gedachten.

Ik heb er nog wel meer van in de vriescel liggen, veel meer zelfs, maar dit is wat van de laatste tijd. Van wanneer precies die afzonderlijke notities zijn? Eerlijk gezegd weet ik het niet precies. Zoals ik ook vaak niet meer weet waaròm ik ze noteerde en soms zelfs niet eens meer snap wat ik er precies mee bedoelde. Droedels zijn het. Raadselaantekeningen. Daarom dateer ik die kriebels ook niet, deze troeteldieren van mijn brein. Wie ben ik, om zulks te doen? En u, lezer, zal het vermoedelijk jeuken.

Het zijn stukjes uit een boek dat niet bestaat. Uit een boek dat niet bestaan kàn. En soms wòrden het stukjes in een boek waar ik mee bezig ben. Heel soms. Iedereen denkt nu eenmaal sneller dan hij schrijven kan. Daarom noem ik ze ook wel hersenschichten. Plots oplichtende ontladingen in het ondoordringbare duister van, in dit geval, mijn geest. Het is wel mijn bedoeling dat een hele verzameling ervan in een mooi uitgegeven boek terechtkomt. Maar dat is van latere zorg. 

Mince meat. Viande hachée. Hackfleisch. Carne picada. Carne macinata. In de Nederlandse taal kunnen we het uitstekend met één woord af, een voltooid vegetarisch werkwoord. Gehakt. In al die andere talen staat er altijd bij dat het vlees (meat, viande, carne) betreft. Zijn mijn gedachten dan vegetarisch? Ik ben bang van niet.

Aan vrouwelijk schoon wordt ook aandacht besteed. Feministisch zijn ze daardoor alleen al waarschijnlijk ook niet. Niet dat ik me daar mee bezighoud. Vrouwvriendelijk zijn ze wel. Zo zijn ze althans wel bedoeld. Ik ben een heel vrouwvriendelijk persoon. Mijn beste vrienden zijn vrouwen, zeg ik Gerrit Komrij, een voorbeeld voor mij, graag na. Overigens was Komrij homoseksueel en als estheet erg precies op zijn stijl en taalgebruik. Hoe moet hij wel niet gebaald hebben toen er in een van zijn werken abusievelijk iets stond over ‘een vrouw in zijn broek’ terwijl het natuurlijk ging over een strakke en stijlvolle vouw in de desbetreffende pantalon. Had de corrector het boze oog even overgenomen? 

Zoals ik ook erg vredelievend ben. Maar helaas zijn deze gedachten dat niet altijd. Dat komt omdat de mensen er zo vaak een puinhoop van maken. Ik weet, ook helaas, bijna niet beter. Ik moet er in wroeten. Omdat het pijn doet en jeukt. Ja, dat jeukt mij nou. Ieder het zijne. Daarom ook voel ik me zo innig bevriend met Arthur Muttah die zei: ‘In puinhopen voel ik mij prettig, ergens ander hoor ik niet thuis.’

Mijn allerbeste vrienden zijn romanpersonages. Niet dat ik geen vrienden van vlees en bloed heb. Heus wel. Een paar. Geen boekenvrienden overigens. Nee, ik hou er geen literaire vrienden op na. Daar was ik al gauw op uitgekeken. Ik omring me liever met boeken. Stelling: die vormen mijn verdedigingslinie, een wal waarachter ik min of meer veilig schuil kan gaan, me in terug kan trekken, mijn schildmuur. In een van mijn vroegste verhalen sprak het hoofdpersonage met de vier muren om zich heen. Dat is het enige wat ik van dat verhaal onthouden heb en ik denk dat dat het enige was van dat verhaal wat waard was om te onthouden. (Vijf keer ‘dat’ en twee keer ‘wat’ en ‘van’ en ‘enige’ in één zin: sterk staaltje stijl!) Maar zo bezie ik ook mijn boeken: als gesprekspartners met wie ik van gedachten wissel. En dan  maak ik daar gehakt van.

Mag het een onsje meer zijn?

Er zit van alles doorheen. Voor een echte ouderwetse slager is gehakt restverwerking. En ik ben op dezelfde manier te werk gegaan. Met gespierde taal, fluwelig zacht vlees (goed ingemasseerde fuck you-biefstuk!), taaie zenen, af en toe misschien een stukje bot (bij voorbaat excuus daarvoor!), in alcohol gemarineerde stukjes lever, een bittertje van gal, zoet bloed, spek zo zout als u het nog nooit gegeten hebt, en zelfs een restje zure zult. Ja, ik gebruik alles. Van kop tot staart. Zoals het hoort. Dit is ambachtelijke hoofdkaas van een kaaskop. Dat u dat weet.